Een nieuwe kijk op ouder worden

Sytske Leegsma (78), Damwâld

‘Ik was negen jaar. Mem, mijn moeder, lag al een paar weken in bed. Ze had net een baby gekregen, maar later bleek dat ze ook trombose had en in die tijd wisten ze nog niet goed hoe ze dat moesten behandelen.  

Ik kwam van school en zou naar mem. Er stopte een auto voor ons huis waar mijn grootmoeder en een zusje van mijn moeder uitstapten. Vreemd. Ik vloog naar grootmoeder. Buren stonden bij de haag en een buurvrouw zei: “Het is wat.” “Ja,” zei mijn grootmoeder, “maar eerst moeten de kinderen ergens anders heen.” Ik wilde naar mem en naar mijn broertje. Maar ze zeiden dat dat niet kon. “Ik wil naar mem!” riep ik nog eens. En toen zei het zusje van mijn moeder: “Je moeder weet dat we bij ons thuis eten.” Dat was niet waar natuurlijk, maar wat moest ze anders zeggen? 

Bij het zusje van mijn moeder kregen we watergruwel en dat was lekker. Toen kwam mijn vader binnen en hij zei: “Mem is er niet meer.” Ik begreep niet wat hij bedoelde, maar wel dat het ernstig was. Ik ben na het eten gewoon naar school gegaan. Mijn schooljuf heeft heel lang naast me gezeten en ik heb alleen maar gehuild en om mijn moeder geroepen. 

‘s Middags moesten we naar de kist. Daar lag ze. Mijn kleine broertje was er niet. Dat begreep ik niet. Ik heb wel duizend keer gevraagd waar hij was. Maar hij is nooit weer thuis geweest; hij is bij familie ondergebracht.

Wij hebben een paar weken gezinshulp gehad. Maar vader kon zijn handen niet thuishouden. Hij kon niet van vrouwen afblijven. Vader is er nooit voor mij geweest. Later sloeg hij mij ook. Ook met woorden: hij zei dat hij nooit om mij gegeven heeft. Ik was bang voor hem. 

Ik ben het huis uit gevlucht en jong getrouwd – achttien was ik. Het was geen gemakkelijk huwelijk, maar ik heb zes kinderen, negen kleinkinderen en één achterkleinkind en daar ben ik verschrikkelijk wiis mee. Met allemaal. Ik zeg weleens: “Wat mijn moeder niet mocht meemaken, dat maak ik mee.” En daar ben ik heel, heel dankbaar voor. Dat is het grootste wat er is. 

Ik heb dit verteld bij In je uppie. Ik had het nog nooit aan anderen verteld en ik was ook niet van plan om het te vertellen. Welnee, wat heeft een ander er mee te maken? Maar de begeleidster was heel uitnodigend. Als je het aan bekenden vertelt dan komen die al snel met een eigen verhaal en oordeel. Dat was nu niet zo.

Het heeft me goed gedaan dat ik het verteld heb. Ik heb er zeker geen spijt van. Als er weer zo’n In je uppie komt, dan ga ik er weer naartoe. Sowieso. Het is goed om erover te praten. Dan verdwijnt er een brok. Ja, zo voelt het. Alsof er een brok verdwijnt.

Maar ik praat er niet gemakkelijk over. Dominee zei: “U mag me altijd bellen.” Maar dat doe ik niet. Ik bel niet. En dat weet hij ook wel. Gelukkig heb ik veel steun aan mijn geloof. Als ik ‘s avond naar bed ga, dan bid ik en dan zing ik in mezelf Daar ruist langs de wolken. Dan val ik in slaap en de volgende ochtend word ik zingend wakker.’

Het interview met Sytske Leegsma verscheen voor het eerst in het In je Uppie magazine van UP!, dat is gepubliceerd naar aanleiding van de pilot van de themagesprekken in 2018. Het volledige magazine is hier te lezen.

Fotograaf: Marije Kuijper

Blijf UP de hoogte!

Contact

Interesse in een samenwerking?
We staan voor je klaar.

06 17 17 62 82